Mangaangebrek in suikerbieten

Geschreven op 29 juni 2018.

Langdurig mangaangebrek kan tot een opbrengstderving van bieten leiden. Mangaangebrek kan met een bespuiting worden bestreden.

Waar te verwachten
Op zand- en dalgronden wordt de kans op het optreden van mangaangebrek bepaald door de pH van de bodem. De kans op mangaangebrek neemt toe in het pH traject tussen 5,4 en 6,2. Onder dit traject is er geen en erboven een grote kans op mangaangebrek.

Op kleigronden kunt u mangaangebrek verwachten als het gehalte aan reduceerbaar mangaan lager is dan 60 mg per kg grond. Dit geldt echter alleen voor gronden met een organische stof gehalte kleiner dan 2,5%. Op gronden met een hoger gehalte aan organische stof ligt de grens op 100 mg per kg grond. Verder is de vochttoestand van belang. In een droge bodem is het gehalte aan reduceerbaar mangaan doorgaans lager dan in een vochtige bodem.

 

Symptomen
Mangaangebrek typeert zich door bleek-gele vlekken die in een wolkvorm tussen de nerven voorkomen (zie foto 1.) Let op dat u de vlekken niet verwart met die van stemphylium. In een later stadium vertonen de bleek-gele vlekken een bruinverkleuring. Aangetaste bladeren staat rechtop en kunnen bij zware aantasting bovenaan naar binnen krullen. 

Bespuiting
Mangaangebrek kunt u oplossen met een (herhaalde) bespuiting met een mangaanmeststof. Ernstig en langdurig (circa drie maanden of meer) mangaangebrek kan opbrengst kosten.
Daarom het advies om een mangaanbespuiting uit te voeren als uw bietenperceel hier last van heeft. Omdat mangaan weinig mobiel in de plant is, is het vaak nodig de bespuiting na een paar weken te herhalen. (Bron: IRS)