Kennisbijeenkomsten 2019

Geschreven op 01 augustus 2019.

WPA-Robertus organiseert regelmatig kennisbijeenkomsten waar u tevens, een punt kunt behalen om uw Bewijs van Vakbekwaamheid (spuitlicentie) te verlengen. 

De komende periode hebben wij weer diverse maisdemovelden op het programma staan. 

Datum Locatie Plaats Aanvang Thema Aanmelden Nadruk
23 augustus 2019 Maisdemo Janssen Agri-Service
Petersdijk 7a
Zelhem 13.30 uur Teelt Informatie Veehouderij
30 augustus 2019 Maisdemo Jan Rauw
tegenover Cuneraweg 20
Rhenen 13.30 uur Teelt Informatie Veehouderij
3 september 2019 Maisdemo fam. Donkers
St. Annerweg 5
Bedum 13.30 uur Teelt Informatie Veehouderij
10 september 2019 Maisdemo J.W.D. Markvoort
Hunneweg 2
Schalkhaar   9.00 uur Teelt Informatie Veehouderij
10 september 2019 Maisdemo J.W.D. Markvoort
Hunneweg 2
Schalkhaar 13.30 uur Teelt Informatie Veehouderij
11 september 2019 Rundveehouderijplatform Twente
tegenover Witmoesdijk 20
Enter 13.30 uur Teelt Informatie Veehouderij
19 september 2019 Maisdemo Dedemsvaart
Tottenhamstraat 14
Dedemsvaart 13.30 uur Teelt Opgave nog
niet mogelijk
Veehouderij

 

 

 

 

 

 

 

 


U kunt de uitnodiging en het opgaveformulier vinden door onder aanmelden op informatie te klikken van de desbetreffende bijeenkomst die u bij wilt wonen. 

In verband met de eisen van Bureau Erkenningen en de naleving hiervan, is er een maximum gesteld aan het aantal deelnemers. Let op: VOL = VOL

Opgave voor deze bijeenkomsten is beslist noodzakelijk, ook als u niet aan de verlengingsbijeenkomst deelneemt. Om op tijd met de bijeenkomst te kunnen starten verzoeken wij u een kwartier voor aanvang, aanwezig te zijn. 

Effect groenbemesters het grootst bij vroege zaai

Geschreven op 18 juli 2019.

Een groenbemester kan worden ingezet om de hoeveelheid organische stof te verhogen, uitspoeling van stikstof tegen te gaan, onkruid te onderdrukken, aaltjes te reduceren of om aan de verplichting van het Gemeenschappelijk Landbouw Beleid (GLB) te voldoen.

Effect van groenbemesters
Het effect van groenbemesters is het grootst bij vroege zaai. Vroeg zaaien leidt tot een grotere massa van blad en wortels, waardoor meer organische stof geproduceerd wordt. Een gewas dat bietencysteaaltjes reduceert (resistente bladrammenas of resistente gele mosterd), zorgt bij vroeg zaaien voor de grootste afname van deze aaltjes. Een verkeerde keuze kan echter bijdragen aan de vermeerdering van bietencyste- of andere aaltjes.

De beste keuze voor de beheersing van bietencysteaaltjes is bladrammenas, gele mosterd of (voor de vergroening) een mengsel van bladrammenas en gele mosterd of zwaardherik. Deze groenbemesters hebben ook een positieve rol in de beheersing van rhizoctonia!

Zaai als een volwaardig gewas
Voor een goed geslaagde groenbemester is het belangrijk een goed los zaaibed te maken. Geef dus ook aan de zaai van groenbemesters voldoende aandacht. Daar hoort ook een stikstofgift van 60-80 kg/ha bij. (Bron: IRS)

Voor de inzaai van groenbemesters heeft WPA-Robertus een breed pakket aan groenbemesters die voldoen aan de vergroeningseisen van het gemeenschappelijk landbouwbeleid. Kies de meest geschikte groenbemester voor uw teeltdoel(en) voor het beste resultaat.

Klik hier voor onze folder met meer informatie.

Compost

Geschreven op 17 juli 2019.

Het oogstseizoen staat voor de deur. Als de eerste gewassen van het land zijn, is de tijd om aandacht te besteden aan uw grond.
Met alleen een groenbemester in combinatie met dierlijke mest wordt onvoldoende organische stof aangevoerd.

De bodem is aan het verschralen. De aanvoer van organische stof moet minimaal gelijk zijn aan de afbraak. Voor een vruchtbare bodem zijn voldoende organische stof, een actief bodemleven, een juiste pH-waarde en een goede bemesting van groot belang.

Door nu Agrotop-compost te bestellen, bent u verzekerd van tijdige levering. Agrotop-compost is Keurcompost Klasse A. De normen ten aanzien van zuiverheid zijn tweemaal zo streng als bij Klasse B. Agrotop-compost wordt geleverd door WPA-Robertus en geproduceerd bij Attero.

Klik hier voor aanvullende informatie.

 

Suikerbieten

Geschreven op 11 april 2019.

Onkruidbestrijding
Een topopbrengst is niet te halen als er veel onkruid staat. Onkruiden en bieten concurreren immers om licht, water en nutriënten. Logisch is dat veel onkruid ten koste gaat van de opbrengst. De sleutel voor een geslaagde onkruidbestrijding is de juiste combinatie spuiten op klein onkruid onder zo goed mogelijke spuitomstandigheden.

Na het zaaien van de bieten zal er gelijk worden gestart met het bestrijden van de onkruiden. Als u voor de grondbewerking nog niet heeft gespoten en er nog onkruiden zichtbaar zijn Dan kunt u direct na het zaaien het beste een bespuiting met glyfosaat uitvoeren. Wanneer na zaai het onkruid eerder boven staat dan de bieten, kan dit middel opnieuw worden ingezet. Doe dit uiterlijk twee dagen voor opkomst van de eerste bieten. De hals van de kiemplantjes moet ruim, meer dan 1 centimeter, onder het oppervlak zitten. Controleer vooraf het hele perceel om schade te voorkomen. Bij scheurvorming in de toplaag wordt deze bespuiting afgeraden.

Spuitomstandigheden bodemherbicide
Een bodemherbicide werkt alleen bij voldoende vocht. Direct na zaai is de grond vaak nog wat vochtig. Heeft u een bespuiting gepland, voer de bespuiting direct na zaai uit. Vanwege de verminderde effectiviteit wordt een bespuiting afgeraden bij een hoog percentage organische stof (circa 5% of meer).

Na-opkomst bespuiting
Begin op tijd met uw LDS bespuitingen. BOGT of Betanal MaxxPro + Goltix. Als er kamille voorkomt, kunt u het beste direct 10-15 gram Safari toevoegen. Bij moeilijk te bestrijden meldesoorten gaat onze voorkeur uit naar combinaties met Betanal MaxxPro. Als u grote problemen verwacht m.b.t. aardappelopslag, dan is het bij de bestrijding van aardappelopslag met een onkruidstrijker met glyfosaat beter om te wachten tot er voldoende verschil in de gewaslengte zit. De aardappelplanten moeten aanmerkelijk groter zijn, zodat de bietenplanten niet worden geraakt. Indien u de aardappelen wilt bestrijden met o.a. Safari + Dual Gold, mogen de aardappelplanten niet al te groot zijn. 

Spuitomstandigheden na-opkomst bespuiting
Het verschil tussen een geslaagde en een mislukte onkruidbestrijding wordt ook bepaald door de te kiezen spuitmomenten. Onkruiden harden af bij droog en schraal weer (lage luchtvochtigheid, veel straling). Door de dikke waslaag wordt er minder actieve stof opgenomen. Ook bij hoge temperaturen (boven 22 graden) valt de effectiviteit van de bespuiting vaak tegen en zijn de bieten juist gevoeliger. Pas op bij grote temperatuurverschillen, meer dan 16 graden, tussen dag en nacht. De bieten zijn dan gevoeliger voor de bespuitingen. Dit geldt nog veel sterker wanneer in de dagen voorafgaand aan de volgende bespuiting nachtvorst optreedt. Het advies is om bij (verwachte) nachtvorst niet te spuiten. Vaak heeft 's avonds spuiten de voorkeur. Over het algemeen neemt dan de temperatuur en de wind af en wordt de straling minder. Verder stijgt de luchtvochtigheid in avond en nacht. Hierdoor ontstaan er betere condities voor opname van de herbiciden en zal het bestrijdingsresultaat beter zijn.

Houdt rekening met de verschillende etiketten van de producten.
Let voornamelijk op: het maximale aantal toepassingen, de dosering per toepassing en de maximale dosering per teelt.

Voor specifieke vragen kunt u altijd contact opnemen met uw adviseur.

Zandzoeker app: Mag u wel of geen Dual Gold en Gardo Gold inzetten?

Geschreven op 13 maart 2019.

Dual Gold en Gardo Gold: Gebruik op zandgronden en in grondwaterbeschermingsgebieden niet meer toegestaan.
De werkzame stof s-metolachloor uit de producten Dual Gold® en Gardo®Gold zit in een Europese herregistratie. Het is duidelijk geworden dat een ongewijzigd gebruik zal leiden tot een voorstel voor non-approval (dus een verbod). 

Voor diverse teelten zijn Dual Gold en GardoGold zeer belangrijk. Er is Syngenta alles aan gelegen deze producten zoveel als mogelijk voor de toekomst te behouden. Om dit te realiseren geldt in overleg met het Ctgb per 14 maart 2019 een verbod voor het gebruik van Dual Gold en Gardo Gold op zandgronden en in grondwaterbeschermingsgebieden. Op alle overige gronden blijft het gebruik van deze beide producten ongewijzigd.

Zandzoeker-app. Wel of geen Dual Gold en Gardo Gold inzettenOm u te helpen bij het bepalen of u Dual Gold of Gardo Gold kunt gebruiken, heeft Syngenta een website ontwikkeld: www.zandzoeker.nl. Voor gebruik op uw mobiele telefoon gaat u naar: "zandzoeker" in de app- of play-store van uw telefoon. 
Hierin kunt u per perceel zien – gebaseerd op de Grondsoortenkaart 2006 als de wettelijke basis voor de classificatie van gronden – of u Dual Gold of Gardo Gold wel of niet mag gebruiken.


Als u de app heeft geopend, kiest u uit de lijst het gewenste onkruidbestrijdingsmiddel. Daarna kiest u uw huidige locatie of vult u een gewenste locatie in. De kaart die u dan te zien krijgt, op basis van de grondsoortenkaart Nederland, Wageningen Universiteit, 2006, laat zien of u op een perceel het door u gekozen middel wel of niet (= perceel is rood of gedeeltelijk rood gekleurd, als het product niet gebruikt mag worden) in mag zetten.

120 dagen vrijstelling Asulam 2019

Geschreven op 13 maart 2019.

Onlangs heeft het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit een tijdelijke vrijstelling verleend voor het gebruik van Agrichem Asulam 2 (voorheen 11078 N) in diverse teelten voor 2019. 

De ingangs- en eindata voor de diverse teelten staan in het onderstaande overzicht:

Agrichem Asulam 2 mag in 2019 volgens het onderstaande Wettelijk Gebruiksvoorschrift 120 dagen ingezet worden ter bestrijding van breedbladige en eenjarige grasachtige onkruiden:

Wijzigingen wetgeving bezit bedrijfsvoeren gewasbescherming

Geschreven op 01 november 2018.

De wetgeving ten aanzien van het in het bezit moeten zijn van het vakbekwaamheidsbewijs bedrijfsvoeren gewasbescherming is de laatste jaren wat gewijzigd.

 

  • Iedereen die gebruik maakt van professionele gewasbeschermingsmiddelen, geboren is op of na 1 januari 1996 en die ondernemer is van een tuin- of landbouwbedrijf, dient in het bezit te zijn van het vakbekwaamheidsbewijs bedrijfsvoeren gewasbescherming (licentie II). Bent u geboren voor 1 januari 1996, dan kunt u in dezelfde situatie volstaan met het vakbekwaamheidsbewijs uitvoeren gewasbescherming (licentie I).
  • Als meerdere personen binnen één bedrijf werken met professionele gewasbeschermingsmiddelen, dan moet er minimaal 1 persoon zijn, die beschikt over het vakbekwaamheidsbewijs bedrijfsvoeren gewasbescherming. Ook als er door het bedrijf geen loonwerk wordt uitgevoerd.

De NVWA voert controles uit op het wel of niet aanwezig zijn van de juiste vakbekwaamheidsbewijzen binnen uw bedrijf.

Controleer welke verlengingsbijeenkomsten u nog dient te volgen!

Geschreven op 23 oktober 2018.

 

Helaas komt het nog regelmatig voor dat mensen hun licentie laten verlopen, omdat ze in de veronderstelling zijn voldoende bijeenkomsten te hebben gevolgd. Bij controle blijkt dit dan niet het geval te zijn. Of men heeft de verkeerde thema's gevolgd.

Ook komt het voor dat mensen willen verlengen terwijl hun nieuwe pas nog niet geldig is. Op dat moment kan de bijeenkomst niet worden bijgeschreven. Uw pas is nog niet geldig. Het inleveren van uw oude pas heeft geen zin, omdat u al voldoende punten heeft gehaald voor uw nieuwe pas. U kunt geen extra punten halen. Deze komen te vervallen. 

Voor de aantekening knaagdierbeheersing agrarische bedrijven (KBA) geldt, dat deze is afgegeven voor de pas waarop u hem heeft gehaald en deze was ook gelijk geldig voor de daarop volgende pas. 
Wij verzoeken u vriendelijk de gevolgde en benodigde bijeenkomsten te controleren, alvorens u zich inschrijft voor een bijeenkomst.

U kunt dit doen door naar de site van bureau erkenningen te gaan en daar het tabblad inloggen aan te klikken.
Klik hier voor de directe link. U kunt hier uw gebruikersnaam en wachtwoord intoetsen en op aanmelden klikken. U kunt dan alle gevolgde en eventueel nog te volgen bijeenkomsten achterhalen. Mocht u deze gegevens niet meer in uw bezit hebben, dan kunt u onder inloggevens kwijt, de gevraagde gegevens invullen. U krijgt dan binnen een paar minuten een mail met uw inloggegevens. Ook kunt U bellen met het telefoonnummer 088 042 42 42 (lokaal tarief). De RVO.nl beantwoordt hier uw vragen. 

U bent natuurlijk altijd welkom om de bijeenkomsten bij te wonen, ook zonder het verlengen van uw licentie.

Onkruidbestrijding in grasland: in nazomer en herfst na deze droge zomer.

Geschreven op 11 september 2018.

Heel wat graspercelen hebben behoorlijk slijtage opgelopen door de extreem droge zomerperiode. Veel onkruiden (zoals paardenbloem en zuring) wortelen dieper dan het gras en zijn daarom ook beter in staat om een droge periode te overleven. Daarnaast biedt het gras door een schrale en open stand in een dergelijke droge periode ruimte aan zaadonkruiden om te kiemen. 

In deze situaties is het raadzaam om niet te wachten tot het voorjaar om een onkruidbestrijding uit te voeren. Maar om dit direct in de nazomer/herfst te doen, wanneer de onkruiden weer goed aan de groei zijn door voldoende regen. De graszode heeft zo de rest van de herfst de tijd om de lege plekken van de onkruiden op te vullen en heeft geen last meer van onkruidconcurrentie om licht en voeding. In het voorjaar staat er direct een volle graszode voor een eerste snede van een hoge kwaliteit. 

Controleer daarom uw grasland en voer zo nodig een onkruidbestrijding uit. 

Wanneer nodig kan ook in de nazomer en herfst heel goed een onkruidbestrijding plaatsvinden. De weersomstandigheden, temperatuur en luchtvochtigheid zijn vaak gunstig voor een goed resultaat van een onkruidbestrijding. Onkruiden als ridderzuring, paardenbloem, boterbloem en muur laten zich ook in het najaar goed bestrijden. (bron: Dow AgroSciences)
Klik hier voor de folder: Onkruidbestrijding in grasland: in nazomer en herfst na deze droge zomer.

Gebruik inoculanten verdroogde mais

Geschreven op 24 augustus 2018.

Mais die verdroogd op het veld staat moet, indien hij kolfloos is, gehakseld worden. Bij de aanwezigheid van een kolf kan gewacht worden tot de korrels rijp zijn.

Kolfloze mais of mais met een slechte kolf zal in stengel en blad veel suikers bevatten. Immers, de opgebouwde suikers door fotosynthese kunnen niet naar de kolf getransporteerd worden.

Verdroogde mais geeft aanleiding tot broei
Verdroogde mais kan bij het inkuilen moeilijk aangereden worden. Dit betekent dat er veel lucht tussen de maisdelen zit (luchtkamers).Maiskuilen die slecht aangereden zijn gaan gemakkelijk broeien bij het openen.

Verdroogde mais is vaak vuil en bevat meestal een hoger gistenbestand. Deze gisten zorgen bij het openen van de kuil voor een versnelde broei.

Verdroogde mais bevat, zoals hierboven aangegeven, vaak veel suiker. Tijdens het inkuilproces wordt slechts een gedeelte van de suikers omgezet naar melkzuur met als gevolg veel restsuiker. Restsuikers zijn een ideale voedingsbron voor gisten en schimmels bij het openen van de kuil. De gisten geven aanleiding tot broei en de schimmels zijn vaak veroorzakers van micotoxinen in de kuil.

Het gebruik van Pioneer 11A44 remt broei en schimmelvorming

Pioneer 11A44 vertraagt de broei bij uitkuilen aanzienlijk. Door broei stijgt naast de temperatuur ook de pH in de kuil. Onder deze omstandigheden kunnen schimmels zich goed ontwikkelen. Het onderdrukken van de broei met Pioneer 11A44 remt dus ook de vorming van schimmels in de kuil.
Gebruik dus bij het inkuilen van verdroogde mais steeds Pioneer 11A44.

 

Besluit
Verdroogde mais geeft na het uitkuilen sneller aanleiding tot broei door vervuiling, minder goede aandrukbaarheid en verhoogd suikergehalte. Het gebruik van Pioneer 11A44 kan de broei aanzienlijk vertragen. Uw loonwerker kan dit op een eenvoudige manier toe passen.

Een overzicht van de crisismaatregelen droogte

Geschreven op 09 augustus 2018.

Minister van Landbouw Carola Schouten komt boeren en tuinders die kampen met de gevolgen van de droogte tegemoet. Zij neemt het gros van de crisismaatregelen die LTO Nederland heeft voorgesteld over. De organisatie is hier blij mee, maar benadrukt dat boeren en tuinders er nog lang niet zijn.

LTO Nederland blijft in overleg met LNV om de voortgang te bespreken en is eveneens in gesprek met ketenpartijen over de afwikkeling van contracten met leveringsverplichtingen. Door de droogte kunnen leveringsproblemen ontstaan.
 
Welke crisismaatregelen heeft LNV overgenomen en wat is de status hiervan? Een overzicht.

  • Vervroegde uitbetaling GLB-gelden

De Europese Commissie heeft aangegeven dat maximaal 70% van de GLB-gelden vanaf 16 oktober uitbetaald mag worden. Dit is maximaal 6 weken eerder dan normaal. Terwijl de overige 30% van de GLB-gelden dan pas medio februari uitbetaald zullen worden. Inzet van LTO Nederland is om het hele bedrag vervroegd uit te betalen. Uit gesprekken met LNV blijkt dat RVO niet de capaciteit heeft om vervroegde of gesplitste betalingen te regelen. Daarom heeft LNV gekozen voor een kredietzekerheidsstellingssysteem waarbij RVO boeren een document kan geven waarmee zij een overbruggingskrediet kunnen aanvragen bij hun bank. Niet ideaal, vindt LTO, maar voor bedrijven die echt kampen met liquiditeitsproblemen zou dit mogelijk soelaas kunnen bieden. LTO Nederland bepleit dat LNV zo vroeg mogelijk in december gaat starten met de GLB-uitbetalingen.

  • Uitrijden van mest

Boeren mogen 2 weken langer (tot 15 september) mest uitrijden op bouwland. Of ook langer mest mag worden uitgereden op grasland en op ingezaaide vanggewassen op bouwland, hangt nog af van het advies van het Commissie van deskundigen meststoffenwet (CDM). Ook de optie van vaste mest op grasland is voorgelegd door LNV aan het CDM. LNV heeft deze commissie om advies gevraagd omdat mest uitrijden op versterkt verdroogd grasland schadelijk zou kunnen zijn voor het milieu. Hierover komt meer duidelijkheid in de tweede helft van augustus. LTO Nederland vindt dit veel te laat.

  • Herinzaai van gras (scheurverbod)

LNV wil de mogelijkheid bieden om gras in te mogen zaaien na 15 september. De Europese Commissie moet echter nog akkoord geven. De voorwaarden waaronder dit zou mogen, zijn ook nog niet duidelijk. LTO Nederland dringt aan op snel duidelijkheid.

  • Inzaaien van vanggewas na maisoogst

Boeren zijn niet verplicht om direct na een (vervroegde) maisoogst een vanggewas in te zaaien. LNV heeft dit besloten. Hierover hoeft geen toestemming te komen van Brussel.

  • Agrarisch natuurbeheer

Bij controle op agrarisch natuur- en landschapsbeheer om vergoeding voor afgesproken maatregel te krijgen, houdt de NVWA rekening met dat door droogte sommige planten niet aanwezig zijn. 

 

Over deze maatregelen moet nog duidelijkheid over komen:

  • Mest uitrijden op grasland (drijfmest en vaste mest)
  • Herinzaai van gras in combinatie met het toedienen van drijfmest op zand- en lössgrond tot en met 15 september

Mest uitrijden op vanggewas na mais, als deze mais vroegtijdig geoogst is, zodat ook in de herfst nog een goede oogst kan worden binnen gehaald.

LNV verwacht meer informatie te kunnen geven over de stand van zaken in de tweede helft van augustus. LTO Nederland heeft aangegeven dit veel te laat te vinden en hebben aangedrongen bij LNV vaart te maken met deze besluiten. (bron: LTO Nederland)

Wat doet LTO Nederland verder in het kader van de droogtecrisis? Hiervoor verwijzen wij u naar de site van LTO Nederland. Klik hier voor een link naar de site.

Grasland scheuren of vernietigen

Geschreven op 07 augustus 2018.

Wilt u grasland scheuren, doodspuiten of vernietigen? Per grondsoort zijn er verschillende perioden met voorwaarden waarin u uw grasland mag scheuren of vernietigen. Zo spoelt er niet te veel stikstof uit. Klik hier voor de regels per grondsoort.

De regels voor het scheuren, doodspuiten of vernietigen van grasland zijn er voor grasland dat u gebruikt voor voerproductie of beweiding. Dit is grond die voor ten minste 50% met gras beteeld is. De regels gelden dus niet voor gras dat u gebruikt voor graszaad, graszoden, siergrassen of groene braak.

Heeft u schade aan uw grasland door droogte of vraat door dieren die in de graszode leven en wilt u dit herstellen? Als uw perceel op zand- of lössgrond ligt, kunt u een vrijstelling voor schadeherstel aan RVO doorgeven. Maakt u gebruik van derogatie? Dan gelden er vanaf 2018 andere regels voor het vernietigen van grasland voor uw bedrijf. Wilt u bijvoorbeeld na 31 mei uw grasland scheuren voor graslandvernieuwing? Als dit perceel op zand- of lössgrond ligt, moet u dit aan RVO doorgegeven.

Vrijstelling schadeherstel
Heeft u schade aan uw grasland op zand- of lössgrond en wilt u dit herstellen? Dan kunt u tot 31 augustus vrijstelling aanvragen voor het vernietigen van uw perceel of een perceelgedeelte grasland.

U voldoet aan de volgende voorwaarden:

  • De beschadiging van uw grasland is veroorzaakt door droogte of vraat door dieren die in uw graszode leven.
  • Uw verwachte grasopbrengst zonder herinzaai is ten minste 25% lager dan in een jaar zonder vraat of droogte.
  • De totale oppervlakte beschadigd grasland is ten minste 5% van de oppervlakte grasland die op uw bedrijf in gebruik is.
  • Een geregistreerd schade-expert bevestigt in een rapport dat u aan bovengenoemde voorwaarden voldoet. Het rapport is gereed voordat u zich aanmeldt. U bewaart dit rapport op uw bedrijf.
  • De herinzaai van uw gescheurde graszode gebeurt binnen 7 werkdagen nadat u deze heeft vernietigd. U kunt tot en met 15 september gras herinzaaien.

Graslandvernieuwing derogatiebedrijven
Heeft u derogatie en wilt u na 31 mei grasland scheuren op zand- en lössgrond voor graslandvernieuwing? Dan kunt u tot 31 augustus uw perceel of perceelsgedeelte hiervoor aanmelden. 

U voldoet aan de volgende voorwaarden:

  • U heeft geen stikstofbemonsteringsplicht meer voor uw gescheurde grasland. In plaats daarvan rekent u met een korting van 50 kilogram per hectare op uw stikgebruiksnorm.
  • U meldt uw perceel of perceelsgedeelte bij RVO aan voordat u het grasland vernieuwt. U kunt tot en met 15 september gras herinzaaien.

Controle en handhaving
Als u grasland vernietigt terwijl dit niet is toegestaan, dan bent u in overtreding. U krijgt een boete en een randvoorwaardenkorting. De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) controleert dit. (Bron: RVO.nl)

Onze buitendienstmedewerkers kunnen u vertellen welke geregistreerd schade-expert een rapport voor u op kan stellen.
Via deze link kunt u het hele artikel op de RVO site lezen: Klik hier.

EHBO bij verdroogd grasland

Geschreven op 07 augustus 2018.

De droogte die momenteel Nederland teistert veroorzaakt schade aan gewassen. Veel graslandpercelen laten al weken geen groei meer zien en verkleuren van groen naar geel. Het gevolg is dat melkveehouders nu al de ruwvoervoorraad voor aankomende winter moeten aanspreken.

Wat kunt u doen om uw grasland zo goed mogelijk uit de droogte te krijgen?

Wees voorzichtig met maaien
Maaien tijdens droogte kan veel schade veroorzaken aan uw grasland. Staat er minder dan 20 centimeter gras (2.000 kg per ha) dan kunt u het maaien beter uitstellen. Na het maaien gebruikt de grasplant zijn reserves voor het aanmaken van nieuw blad. Maar in droge periodes heeft de grasplant deze reserves juist nodig om te overleven. Bovendien is het berijden van het grasland een te zware belasting van de grasmat, en zullen rijsporen lang zichtbaar blijven. Indien u toch gaat maaien, maai het gras dan niet korter dan 7 centimeter.

Beweid af en toe
Grasland af en toe beweiden tijdens droge periodes zorgt voor herstel van het grasland. Uw koppel melkvee tijdens avonduren de grasresten laten vreten komt ten goede aan het gras. Houd de conditie van uw vee dat uitsluitend buiten loopt (jongvee) goed in de gaten. Door het lage grasaanbod kunnen ze snel vermageren.

Heeft uw gras de droogte overleefd?
Gras kan een droge periode overleven. Of uw gras de droge periode heeft doorstaan, kunt u eenvoudig controleren. Steek een stuk van 20 bij 20 cm uit de graszode en leg deze 10 minuten in een bak met water. Indien er binnen een paar dagen witte ondergrondse wortels of groene puntjes in het gewas ontstaan, zal het grasland zich herstellen na de droogte. Is dit niet het geval, dan zal uw grasland waarschijnlijk niet meer herstellen. Graslandvernieuwing is dan de enige optie om uw ruwvoerpositie veilig te stellen.

Let op voor ruwbeemd
Indien er in de uitgestoken zode nieuwe plantjes ontstaan met witte voetjes, wees dan alert. De kans op ontwikkeling van ruwbeemd en straatgras in uw grasland is dan erg groot. Ruwbeemd is te bestrijden door uw grasland regelmatig te wiedeggen en door te zaaien. (bron: Barenbrug)

Mangaangebrek in suikerbieten

Geschreven op 29 juni 2018.

Langdurig mangaangebrek kan tot een opbrengstderving van bieten leiden. Mangaangebrek kan met een bespuiting worden bestreden.

Waar te verwachten
Op zand- en dalgronden wordt de kans op het optreden van mangaangebrek bepaald door de pH van de bodem. De kans op mangaangebrek neemt toe in het pH traject tussen 5,4 en 6,2. Onder dit traject is er geen en erboven een grote kans op mangaangebrek.

Op kleigronden kunt u mangaangebrek verwachten als het gehalte aan reduceerbaar mangaan lager is dan 60 mg per kg grond. Dit geldt echter alleen voor gronden met een organische stof gehalte kleiner dan 2,5%. Op gronden met een hoger gehalte aan organische stof ligt de grens op 100 mg per kg grond. Verder is de vochttoestand van belang. In een droge bodem is het gehalte aan reduceerbaar mangaan doorgaans lager dan in een vochtige bodem.

 

Symptomen
Mangaangebrek typeert zich door bleek-gele vlekken die in een wolkvorm tussen de nerven voorkomen (zie foto 1.) Let op dat u de vlekken niet verwart met die van stemphylium. In een later stadium vertonen de bleek-gele vlekken een bruinverkleuring. Aangetaste bladeren staat rechtop en kunnen bij zware aantasting bovenaan naar binnen krullen. 

Bespuiting
Mangaangebrek kunt u oplossen met een (herhaalde) bespuiting met een mangaanmeststof. Ernstig en langdurig (circa drie maanden of meer) mangaangebrek kan opbrengst kosten.
Daarom het advies om een mangaanbespuiting uit te voeren als uw bietenperceel hier last van heeft. Omdat mangaan weinig mobiel in de plant is, is het vaak nodig de bespuiting na een paar weken te herhalen. (Bron: IRS)

Stemphylium en cercospora gevonden op Noordelijk zand en Noordelijk dal/veen

Geschreven op 20 juni 2018.

Op verschillende bietenpercelen op het Noordelijk zand en Noordelijk dal/veen is stemphylium en cercospora gevonden.

De bladschimmelwaarschuwingsdienst adviseert telers in deze twee gebieden alert te zijn en hun bietenpercelen wekelijks te controleren. Vanwege resistentiemanagement is het belangrijk alleen te spuiten als u vlekjes door een van de vijf bladschimmels hebt gevonden en dus niet eerder. Neem bij twijfel contact op met uw teeltadviseur. Voor de overige gebieden is nog geen waarschuwing van kracht. Daar zijn op dit moment nog geen bladschimmels gevonden. Het advies is om in deze regio’s regelmatig te controleren op bladschimmels.

Bespuiting
Voer een fungicidenbespuiting uit op rechtopstaand, fris blad. Bietenblad dat slap hangt neemt de fungiciden minder goed op. Spuit de fungiciden op een droog gewas en houd rekening met een droogtijd van 1-2 uur. Streef naar een zo goed mogelijke indringing en bedekking van het gewas. Vaak is spuiten met 300 liter water per hectare voldoende om een goede verdeling van het fungicide te krijgen.

 

Foto 1. Gele vlekjes veroorzaakt door stemphylium. Kenmerkend is de onregelmatige vorm met de bruinverkleuring in het midden. Later worden de vlekken bruin, deze kunnen makkelijk verward worden met pseudomonas of cercospora. Let er wel op dat er ook andere oorzaken dan stemphylium kunnen zijn voor het ontstaan van gele vlekjes op de bladeren.

 

 

Foto 2. Bladvlek veroorzaakt door cercospora. Kenmerkend zijn de witte sporen op de zware sporendragers (bolletjes). De vlekken kunnen worden verward met bladvlekken veroorzaakt door de bacterie pseudomonas.(bron: IRS)

Klik hier voor meer informatie.

Sneller dan bellen, bestellen met de WPA-Robertus bestelapp

Geschreven op 12 april 2018.

Vanaf vandaag kunt u uw bestellingen plaatsen via de nieuwe WPA-Robertus bestelapp. Deze app is in de app store (zowel voor Android of IOS) te downloaden. De bestelapp komt naar voren, als u in het zoekscherm WPA-Robertus invult.
 
Het bestellen via de app, biedt u de mogelijkheid om 24 uur per dag uw orders aan ons door te gegeven.
Levering vindt plaatst op werkdagen en niet in het weekend.
Als u uw order plaatst, kunt u kiezen uit drie mogelijke bezorgopties.

  • Vandaag (voor 8.45 uur bestellen)
  • Morgen
  • Per gelegenheid (binnen 5 werkdagen)

Voorbeeld: Een order die op vrijdag na 8.45 uur is besteld, wordt maandag uitgeleverd.

Als het door u bestelde product bij ons op voorraad is, dan zullen wij uw bestelling op het door u gekozen bezorgmoment uitleveren. Indien dit niet het geval is leveren wij het product, zodra het bij ons binnen is zo spoedig mogelijk uit. Ook houden wij ons het recht voor om een vergelijkbaar product aan u uit te leveren.
 
Als u uw bestelling plaatst via de app, ontvangt u een bevestiging in uw mailbox. Zo kunt u altijd uw bestellingen nazien.
 
Klik hier voor nadere uitleg hoe u de bestelapp op uw telefoon of tablet kunt installeren.
 
Na het aanmelden voor de bestelapp zullen wij de gegevens controleren en deze binnen 2 werkdagen activeren.

Mocht u vragen en/of opmerkingen hebben neem dan contact op met uw vertegenwoordiger.

Minimaal 75% driftreductie verplicht

Geschreven op 06 maart 2018.

Vanaf 1 januari 2018 is bij de toepassing van gewasbeschermingsmiddelen minimaal 75% driftreductie verplicht. De datum van de inwerkingtreding is vastgelegd in het Activiteitenbesluit milieubeheer van 15 november 2017, de maatregelen waren al eerder beschreven in het besluit van 23 juni 2017.

Deze maatregel is een doelvoorschrift, wat betekent dat de bewijslast ligt bij de toepasser. De wijze waarop voldaan kan worden is beschreven in de Driftreductie Techniek-klassen (de DRT-lijst) en de Driftreductie Doppen-klassen (de DRD-lijst)

Heeft u een standaardspuit, dan is de meest eenvoudige wijze om te kiezen voor een spuitdop uit de driftreductieklasse 75% van de DRD-lijst. Naast het type spuitdop is drift afhankelijk van de druk aan de spuitdop. Door verlaging van de druk kan in sommige gevallen met dezelfde spuitdop 75% driftreductie worden bereikt. Naast het gebruik van driftreducerende doppen kunnen driftarme technieken uit de DRT-lijst worden toegepast: lucht/vloeistof-spuitsystemen, het sleepdoek spuitsysteem of Wingssprayer en luchtondersteuning. Een andere driftreducerende techniek is een dopafstand van 25 cm en een spuitboomverlaging tot 30 cm boven gewas of grond. 

Overige eisen
Bij het spuiten mag de spuitboomhoogte maximaal 50 cm boven het gewas zijn en de windsnelheid maximaal 5 meter per seconde (ongeveer windkracht 3). Het gebruik van kantdoppen langs watervoerende sloten blijft van kracht evenals de teeltvrije zones, minimaal 50 cm voor bieten.Verder is in het Activiteitenbesluit opgenomen dat veldspuiten vanaf 1 januari 2019 voorzien zijn van een drukregistratie. Dit is om te controleren of er bij de voorgeschreven druk wordt gespoten.Tenslotte, 75% driftreductie en 50 cm teeltvrij zijn minimum-eisen. Bij toepassing van sommige middelen is een hogere driftreductie-klasse of een bredere teeltvrije zone vereist, lees daarom tijdig, voor zaai, de etiketten nauwgezet. 

Advies
Zorg voor het komende spuitseizoen dat u 75% driftreducerende spuitdoppen heeft en overweeg, zeker bij de aanschaf van een nieuwe spuit, een andere driftreducerende spuittechniek. (Bron: IRS)

Certificeringsplicht plaagdierbeheersing vanaf 1 januari 2017

Geschreven op 09 december 2016.
Voor bedrijven die rodenticiden buiten willen toepassen, gelden er per 1 januari 2017 nieuwe regels.
  1. Degene die middelen toepast dient een cursus en examen KBA-GB te hebben afgelegd. Dit is een aanvullende module op de bestaande KBA licentie.
  2. Het bedrijf waarop het middel wordt toegepast dient gecertificeerd te zijn.
In 2016 is bepaald dat er een overgangsregeling van kracht is, wat concreet betekent dat wanneer u zich vóór 1 januari 2017 heeft gemeld bij ILT (Inspectie Leefomgeving en Transport) en kunt aantonen dat u een overeenkomst heeft met een CI (getekende offerte) met daarbij een auditafspraak vóór 1 juni 2017, u tot die tijd rodenticiden mag blijven toepassen. Om gebruik te mogen maken van deze overgangsregeling dient u onderstaande stappen zorgvuldig te doorlopen. De belangrijkste stap voor nu pre-registratie vóór 1 januari bij ILT.

Stap 1: Check noodzaak

De certificeringsplicht is niet voor alle agrariërs relevant. Agrariërs zijn certificeringsplichtig indien zij
  1. knaagdierbestrijding op hun bedrijven in eigen beheer (blijven) uitvoeren
  2. daarbij de mogelijkheid willen behouden om ook buiten gebouwen en voedselopslagplaatsen rodenticiden in te zetten.
Voor inzet van middelen binnen gebouwen blijft het hebben van een KBA certificaat voldoende. De certificeringsplicht geldt ook voor professionele knaagdierbestrijders; agrariërs die de knaagdierbestrijding hebben uitbesteed kunnen het betreffende bedrijf hierop aanspreken.

Stap 2: Pre-registratie
De certificeringsplicht gaat formeel op 1 januari 2017 in. Agrariërs die overwegen hun bedrijf te laten certificeren en gebruik willen maken van de overgangsregeling wordt geadviseerd zich vóór deze datum te melden bij de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT). In dat geval krijgen zij nog tot 1 juni 2017 om hun certificering in orde te maken.U pre-registreert zich gratis door onderstaande stappen te volgen.
  1. Ga naar de website van Inspectie Leefomgeving en Transport (klik hier voor een directe link)
  2. Ga naar direct naar, en klik op melden.
  3. Geef bij rubriek aan: Risicovolle stoffen en bij soort: Buitengebruik anticoagulantia
  4. Vul uw email adres in en volg de stappen zoals door ILT aangegeven.
Let op: Bedrijven die zich niet vóór 1 januari bij ILT gemeld hebben, kunnen geen aanspraak maken op de overgangsregeling!

Stap 3a: Kies uw Certificerende Instantie
Heeft u stap 2 tijdig uitgevoerd? Dan is het bij buitengebruik van rodenticiden gedurende de overgangsperiode voldoende als u kan aantonen een overeenkomst met een erkende Certificerende Instantie te zijn aangegaan en dat er een audit plaatsvindt vóór 1 juni 2017.
Voor de bedrijfscertificering zijn momenteel een aantal Auditorganisaties toegelaten. Zie http://kpmb.nl/Register/Certificerende-instanties

Stap 3b: Registratie bij Bureau Erkenningen
(Mogelijk vanaf 10 december 2016)
U dient zich tevens te melden bij Bureau Erkenningen. Dit moet u geregeld hebben vóórdat u daadwerkelijk aan de slag gaat met het buitengebruik van rodenticiden. Bij het melden geeft u aan met welke Certificerende Instantie u contact legt voor het plannen van een eerste audit. Bureau Erkenningen verwerkt uw melding waarna de door u gekozen Certificerende Instantie contact met u zal opnemen voor het plannen van de eerste audit. Deze audit moet vóór 1 juni 2017 gepland staan.
Meld u vanaf 10 december bij Bureau Erkenningen

Stap 4: Volg cursus KBA-GB
Om aan te tonen dat gewerkt wordt volgens IPM (Integrated Pest Management) principes is – naast de bedrijfscertificering – een vakbekwaamheidsbewijs KBA-GB nodig. Dit is een aanvullende module op het al bestaande KBA certificaat.
Cursussen en examens KBA-GB worden gegeven door bevoegde AOC docenten in combinatie met ervaren knaagdierbeheersers. De examens zijn in opdracht van Bureau Erkenningen opgesteld en worden digitaal afgenomen. Het volgen van een cursus (kennisbijeenkomst) is verplicht.

Tijdig inplannen
Wilt u gebruik maken van de overgangsregeling dan dient u dit examen tijdig in te plannen en uiterlijk vóór 1 juni 2017 te hebben gehaald.
  • De KBA-GB opleiding is naar verwachting vanaf januari 2017 te volgen, onder voorwaarde dat de agrariër al over een KBA certificaat beschikt.
  • De KBA-opleidingen worden vanaf december weer gegeven
Voor meer informatie verwijzen wij u naar de site van LTO en de site van Bureau erkenningen.

(Bron: LTO en Bureau erkenningen)

 

Inschrijven cursus KBA of KBA-GB
Mocht u interesse hebben in het volgen van een cursus KBA-GB of cursus/verlenging KBA. Dan kunt u dit aan ons kenbaar maken door het inschrijfformulier in te vullen en te sturen naar licentie@wpa-robertus.nl.
Wij zullen dan proberen in samenwerking met TerraNext een cursus bij u in de regio te organiseren. 
Klik hier voor het inschrijfformulier
Geeft u alstublieft duidelijk aan om welke cursus het hierbij gaat.

Wie goed bewaart, die heeft wat

Geschreven op 28 oktober 2016.

Hoewel de bietencampagne dit jaar korter is dan in voorgaande jaren, zullen toch weer de nodige bieten voor meerdere weken bewaard moeten worden. Het blijft daarbij onverminderd van belang om de oogst en het aanleggen en afdekken van de bewaarhoop met zorg uit te voeren en tijdens de bewaarperiode de temperatuur in de bietenhoop te blijven volgen.

Een gezond gewas en goed rooiwerk zijn de basisvoorwaarden voor een succesvolle bewaring van bieten.
Door rot of vorst aangetaste bieten geven hoge bewaarverliezen in de hoop. Probeer daarom te voorkomen dat zulke bieten in de hoop komen. De rooikwaliteit en de temperatuur in de hoop tijdens de bewaring bepalen vervolgens in grote mate de bewaarverliezen.

Oogst met aandacht
Rooi bij late levering niet onnodig vroeg, maar wacht ook weer niet zolang totdat de kans op zeer natte of bevroren grond te groot wordt. Bij rooien onder gunstige omstandigheden voldoet een minder intensieve reiniging om grondtarra, bladresten en onkruid voldoende te verwijderen en kunnen puntbreuk en kneuzingen beperkt worden. Let op dat het kopwerk goed uitgevoerd wordt: niet te diep, maar wel alle bladstelen eraf. Probeer ook bij het aanleggen van de bewaarhoop beschadiging van de bieten zoveel mogelijk te voorkomen.

Controleer de temperatuur in de hoop
In een langgerekte, dakvormige hoop van maximaal 2,5 meter hoog kan de ademhalingswarmte van de bieten via natuurlijke ventilatie doorgaans voldoende worden afgevoerd. Indien telers wegens ruimtegebrek zich toch genoodzaakt zien om van deze hoopvorm af te wijken kan mechanische ventilatie uitkomst bieden om warme plekken in het midden van de hoop te voorkomen. De afdekstrategie moet erop gericht zijn om de bieten zo koel mogelijk, maar wel vorstvrij en droog te houden. Check dagelijks de actuele weersvoorspellingen en eventuele vorstwaarschuwing en dek de hoop tijdig af met geschikt materiaal als grote hoeveelheden (>10mm) regen of vorst verwacht worden Meet vervolgens regelmatig de temperatuur op diverse plaatsen in de hoop en onderneem actie als de temperatuur tot boven de 8°C stijgt. (bron: IRS)

Toptex
Gezonde, schone en weinig beschadigde bieten zijn een eerst vereiste voor een goed bewaarresultaat. Uit een langgerekte, dakvormige hoop kan de warmte goed weg. Afdekken van de hoop met Toptex houdt de bieten droog. Bij kans op nachtvorst wordt geadviseerd over de gehele kuil stro aan te brengen, met eventueel een extra laag folie om bevroren bieten te voorkomen.

TOPTEX aardappel- en bietendoek is leverbaar in de volgende afmetingen:
• 9,8 x 12,50 meter          
• 9,8 x 25 meter           
• 12,50 x 25 meter

Klik hier voor meer informatie over Toptex

Gewasbeschermingsmonitor

Geschreven op 07 september 2015.

Met ingang van dit teeltseizoen is het gewasbeschermingsplan vervangen door een gewasbeschermingsmonitor. Hiermee is het voor iedereen die voornemens is professionele gewasbeschermingsmiddelen te gebruiken – dus ook buiten de landbouw - een verplichting om te beschikken over een gewasbeschermingsmonitor.

Maatregelen
De monitor komt in de plaats van het Gewasbeschermingsplan. In tegenstelling tot het Gewasbeschermingsplan, waarin vooraf een planning wordt gemaakt, moeten in de Gewasbeschermingsmonitor de daadwerkelijk getroffen maatregelen op het gebied van geïntegreerde gewasbescherming gedurende het teeltseizoen worden bijgehouden (overzicht aspecten: zie bijlage). Binnen 2 maanden na de teelt moet de Gewasbeschermingsmonitor worden afgerond.
Met de gewasbeschermingsmonitor houden telers onder meer bij welke fysische, biologische en mechanische maatregelen zij nemen, zoals inzet van biologische bestrijders en mechanische onkruidbestrijding. Ook administreren zij hun vruchtwisselingsplan, rassenkeuze en uitgangsmateriaal, inspanningen voor het signaleren van toenemende ziektedruk, emissiebeperkende maatregelen en keuze van gebruikte gewasbeschermingsmiddelen.

Monitor vormvrij
Het idee achter het opstellen van de gewasbeschermingsmonitor is dat de teler op basis van de monitor zijn beslissingen over de te nemen maatregelen in het komende jaar beter kan onderbouwen. Daarnaast helpt de gewasbeschermingsmonitor de toezichthouders om naleving van de beginselen voor geïntegreerde gewasbescherming te controleren. De overheid heeft er bewust voor gekozen om de monitor vormvrij te houden. Hiermee wordt de telers ruimte geboden om aan te sluiten op de beschikbare managementinformatie- en teeltregistratiesystemen. LTO verwacht geen problemen bij de uitvoering omdat de meest gebruikte systemen bij telers reeds zijn toegerust op de nieuwe werkwijze.

Om u een leidraad te geven welke gegevens u moet registreren, hebben wij een gewasbeschermingsmonitor voor u gemaakt. Klik hier voor de link naar de Gewasbeschermingsmonitor.